Commercialisering van de residentiële ouderenzorg?

Ouderenresidenties met zorgvoorziening worden ingericht door OCMW’s, vzw’s en privé-ondernemers. Het ‘groeiend markt-aandeel’ van deze laatsten wordt met argusogen gevolgd. Vormen winst en zorg een onmogelijke combinatie? Volgens de beleidswerkgroep van LBV ligt de focus in deze discussie verkeerd.  Wat telt is een  maatschappelijk verantwoorde zorg, niet de beheersvorm.

Achterliggende context
Met residentiële ouderenzorg worden voorzieningen bedoeld waar een oudere tijdelijk of permanent kan verblijven als bewoner. Een oudere heeft er dus zijn residentie. De bekendste voorbeelden van residentiële ouderenvoorzieningen zijn woonzorgcentra (de vroegere rusthuizen) en serviceflats. Deze instellingen kunnen zowel door OCMW’s, vzw’s als door privé-ondernemers opgericht en beheerd worden. Hiervoor voorziet de Vlaamse Overheid subsidies op voorwaarde dat deze instellingen aan de erkenningsvoorwaarden voldoen.

Zo dient men om nieuwe voorziening te kunnen bouwen of om een bestaande voorziening uit te breiden, rekening te houden met de programmatiecijfers die de overheid vastlegt. Deze programmatiecijfers geven de bewonerscapaciteit weer die men voor een bepaald jaar in een bepaalde regio verwacht. Op deze wijze kan de overheid op basis van de leeftijdsopbouw van de bevolking nagaan wat de residentiële zorgbehoefte zal zijn en in functie daarvan een budget bepalen voor een eventuele capaciteitsuitbreiding. Althans, dat is de theorie, want in de praktijk is de afstemming tussen vraag en aanbod ver te zoeken met als gevolg dat ouderen die wensen te verhuizen naar een woonzorg- centrum of een serviceflat, geconfronteerd worden met lange wachtlijsten.

Het hoeft dan ook niet te verbazen dat inrichters elkaar zitten te verdringen om een deel van de koek te krijgen. Sommigen van hen vrezen dat de commerciële sector van een krappe programmaruimte voor residentiële capaciteitsuitbreiding zou gebruik (misbruik?) maken om een steeds groter ‘marktaandeel’ naar zich toe te halen, een commercialisering dus van residentiële ouderenzorg. Men kan zich wel voorstellen dat de grote non-profitspelers hiertegen in het verweer komen en zich hierbij van het nodige ellebogenwerk bedienen, onder meer gebruik makend van het uitgebreide netwerk waarover ze beschikken.

Een simplistische stelling
Wat ons bijzonder stoort in deze discussie is de onderliggende – en voor ons simplistische – stelling dat de ‘markt’ van de residentiële ouderenzorg zomaar kan opgedeeld worden vanuit een confronterende tegenstelling: de goede spelers (de OCMW’s en de vzw’s) langs de ene kant en de slechte en vermaledijde zondebokken (de commerciële aanbieders van ouderenzorg) langs de andere kant. 

De feitelijke werkelijkheid is nochtans niet zwart-wit en de spelers zijn nu eenmaal niet op te delen in ‘de goede en de slechte’ op basis van hun juridische structuur. Dat er bij de aanbieders uit de profitsector cowboys zitten die niet de minste aandacht hebben voor maatschappelijk verantwoorde zorg- en hulpverlening maar enkel en alleen uit zijn op winstbejag is zonder meer een feitelijk gegeven. Maar evengoed zal het bij de publieke initiatieven en bij de non-profitorganisaties niet altijd koosjer verlopen. Er zullen ook daar wel eens andere beweegredenen meespelen dan louter sociale bekommernis.

En is die grens tussen de verschillende beheersvormen altijd wel zo duidelijk? Zo merken we dat meer en meer filialisering optreedt waarbij er een scheiding is tussen het vastgoed (ondergebracht in een vastgoed- vennootschap) en de uitbating (ondergebracht in een social-profituitbating).

‘Winst’ is geen vies woord
Het beeld dat wel eens geschetst wordt van de commercialisering is dat ten onrechte het maken van winst per definitie gelijkgesteld wordt met zakkenvullerij van de aandeelhouders en dat sociaal ondernemerschap alleen maar fictie kan zijn.

De overheid gaat trouwens ook niet helemaal vrijuit. Dit wordt aangestipt in een recente, zeer interessante publicatie van Solidariteit voor het Gezin ‘Humane zorg in een toekomstperspectief’: “Er wordt nog altijd verondersteld dat het helpen van iemand moet gebaseerd zijn op empathie en medelijden met die ander. Elke vorm van eigenbelang moet geweerd worden. Geld kan de zuivere hulprelatie alleen maar vertroebelen. Zorg gebruiken als moneymaker is als het ware een ethische grens overschrijden. Nog steeds binnen die visie is ‘winst’ een vies woord.”

Nood aan objectieve analyse
Men dient zeer voorzichtig te zijn met de bewering als zou de commercialisering van de ouderenzorg furore aan het maken zijn. Het is gebleken dat er veel vragen kunnen worden gesteld en dat er eigenlijk geen afdoende antwoorden op die vragen beschikbaar zijn. En alhoewel we altijd wat sceptisch staan tegenover dikwijls heel dure studies en onderzoeken, menen we dat een grondige en objectieve analyse van de mogelijke beheersvormen bij de zorgaanbieders toch wel verhelderend zou kunnen werken.

Maatschappelijk verantwoorde zorg op de eerste plaats
Eerlijk gezegd interesseert het ons eigenlijk niet welke de beheersvorm is. Het enige wat uiteindelijk telt is de noodzakelijke zekerheid en waarborg – en daar moet de overheid dan wel voor zorgen – dat alle zorgaanbieders kwaliteitsvolle , sociale, rechtvaardige en toegankelijke zorg aanbieden en dit los van de juridische structuur.

En als uitsmijter
In plaats van te bakkeleien over het marktaandeel van de commerciële sector zou beter dringend werk gemaakt worden van een nieuw zorgmodel waarbij de huidige aanbodgestuurde zorg met ondersteuning en financiering van voorzieningen plaats maakt voor een vraaggestuurd model waarbij het de gebruiker is die aan de hand van een individueel persoonsvolgend budget in eigen regie (al dan niet bijgestaan door een zorgcoach) zelf kan bepalen aan wie hij zijn zorgpakket toevertrouwt.

LBV-Werkgroep Beleidsparticipatie

Sitemap - Vief West-Vlaanderen vzw - info.westvief.be - Site door Faromedia l Privacy